In bijna vijftig gedichten, verdeeld in vijf clusters en geïllustreerd met vijf foto's, mijmert Piet van Middelaar zowel over deze tijd wat hem boeit of verontrust als over de kwetsbaarheid van het leven en de verwondering van het licht, over de snelheid van de virtuele wereld alsook over de kunst van het wachten.

Een gedicht uit de bundel:

te laat
nimmer leerde zij over liefde te spreken
hoe te troosten was een verlegen gebied
hadden we haar maar eerder bezocht
het is nacht geworden voor de woorden
langzaam verdwijnen ze uit haar hoofd
net als namen gezichten en sprookjes
met gesloten ogen ademt ze langzaam
haar einde tegemoet de handen gevouwen
buiten verbleken de sterren ook de maan

Deze bundel vormt voor Piet van Middelaar de afsluiting van een trilogie, die begon met 'Te voet reist mijn ziel' (2017) en 'Een wandelaar vraagt de weg' (2019). Hij zegt hierover:

"Tijdens mijn bezigheden als beeldend kunstenaar, waarbij ik allerlei materialen tot spreken probeer te brengen, bleef ook de zeggingskracht en de betekenis van taal onrustig in mij wonen. Mede door het huidige tijdsgewricht en het ouder worden werd dit zoeken naar woorden versterkt.
In deze bundel schrijf ik over wat er in de wereld gaande is, over de kwetsbaarheid van de mens en over de lichtvoetigheid die ons soms ten deel kan vallen."


Gesigneerde exemplaren van de bundel zijn te koop bij Primera Brummen.